De energie geschiedenis

De energie geschiedenis

Alle op aarde aanwezige energie wordt merendeels geleverd door de zon en in geringe mate door de maan (getijden). Een andere vorm is geothermie. Fossiele brandstoffen zijn in het verre verleden door middel van zonlicht ontstaan en in de bodem als energiebuffer opgeslagen.

Voordat de mens massaal gebruik ging maken van deze fossiele brandstoffen werd de energie nodig voor de mens, bijna rechtstreeks door de zon geleverd. De spierkracht van mensen en dieren verrichtten het werk. De hiervoor benodigde energie kwam uit het voedsel, dat ter plaatse door zonlicht groeide. Voor verwarming stookte men het lokaal groeiende hout.

Wind- en waterkracht werden gebruikt voor molens en het voortstuwen van schepen.

Nadat de mens had uitgevonden dat door verbranding van fossiele energiebronnen, zoals steenkool en bruinkool, stoom gemaakt kan worden, werd deze door machines massaal ingezet voor het verrichten van arbeid. Ook het verwarmen van onderkomens gebeurt dan grotendeels door deze energiebronnen.

Na de uitvinding van de verbrandingsmotor volgden grootschalige winning en gebruik van aardolie en aardgas. Een voordeel is dat genoemde energiedragers relatief gemakkelijk over het aardoppervlak verplaats kunnen worden.

Door het massale gebruik wordt de energiebalans in de atmosfeer rond de aarde uit evenwicht gebracht. Het gevolg is de nu zichtbare klimaatverandering!